De gevolgen van langdurig werken in het buitenland [ABAB]

Mag een werknemer zijn thuiswerktijd tijdens de coronacrisis zomaar doorbrengen in een vakantiehuisje of op doorreis in het buitenland? Als werkgever doe je er goed aan om eerst de fiscale en juridische consequenties in kaart te brengen voordat je dergelijke verzoeken goedkeurt.

Dit zijn enkele fiscale en juridische gevolgen van het duurzaam werken van werknemers in het buitenland. Deze gelden in principe ook voor directeuren-grootaandeelhouders.

Gevolgen voor de loonbelasting

In Nederland wordt de (fiscale) woonplaats van een persoon naar omstandigheden beoordeeld. Indien iemand bijvoorbeeld in Nederland werkt, zijn familie en vrienden in Nederland heeft wonen, een duurzame woonplaats ter beschikking heeft in Nederland, een Nederlandse bankrekening bezit, Nederlandse verzekeringen heeft afgesloten, enzovoorts, dan oordeelt de Nederlandse Belastingdienst dat de fiscale woonplaats van deze persoon Nederland is.

Bij het duurzaam werken in het buitenland kan dit veranderen. Deze persoon is dan immers duurzaam aanwezig in een ander land dan Nederland, werkt en woont daar en heeft misschien zelfs de huur in Nederland opgezegd. Dit kan ertoe leiden dat Nederland deze persoon niet meer beschouwd als fiscaal inwoner, terwijl het ‘vakantieland’ dat mogelijk wel doet. Hierdoor kan de werknemer verplicht worden om belastingaangifte te doen in het vakantieland en aldaar (ook) belasting te betalen. In de meeste belastingverdragen is bovendien een zogenoemde ‘183 dagen-regeling’ opgenomen dat heffingsrecht toekent aan het werkland als de grens van 183 dagen werken en verblijf wordt overschreden.

Ook voor werkgevers kan bovenstaande leiden voor complicaties. Afhankelijk van het vakantieland en de feiten en omstandigheden, kunnen werkgevers verplicht worden om zich bij de Belastingdienst van het vakantieland te melden en daar de (loon)belasting af te dragen conform de geldende wet- en regelgeving van dat land.

Gevolgen voor de sociale zekerheid

Ook de woonplaats voor de sociale zekerheidswetgeving kan bij langdurig werken in het buitenland mogelijk veranderen. Dit kan ertoe leiden dat de werknemer geen Nederlandse sociale zekerheidspremies meer hoeft te betalen, maar buitenlandse sociale zekerheidspremies. Net zoals bij de loonbelasting, kan dit voor de werkgever betekenen dat hij de buitenlandse sociale zekerheidspremies aan het vakantieland moet afdragen. Een van de mogelijke gevolgen voor de werknemer is dat hij of zij geen AOW meer opbouwt in Nederland. Tevens kan het ertoe leiden dat de werknemer niet meer in Nederland is verzekerd voor zorgkosten.

Gevolgen voor de winstbelasting

Het duurzaam werken vanuit een vast punt in het buitenland kan ertoe leiden dat de werkgever beschikt over een ‘vaste inrichting’ in het vakantieland. Er kan ook sprake zijn van een vaste inrichting als een werknemer duurzaam contracten onderhandelt met cliënten, zelfs als hij deze contracten niet (zelf) tekent. Is sprake van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiging, dan moet de werknemer mogelijk aangifte doen in het vakantieland en moet de werkgever daar winst aangeven en belasting betalen. Dit hangt mede af van een eventueel belastingverdrag.

Gevolgen voor het immigratierecht

Binnen de Europese Unie bestaat het vrije verkeer van werknemers. Zo heeft u voor het werken en/of reizen binnen de EU in principe geen (werk)visum nodig. Buiten de EU kan dit anders zijn. Wordt daar gewerkt zonder visum, dan kan dat ertoe leiden dat de werknemer het vakantieland wordt uitgezet, al dan niet met boete. Vanaf 2021 kan dit regime ook gaan gelden voor het Verenigd Koninkrijk.

Met dank aan Jelle Leenderts, belastingadviseur bij onze strategische partner ABAB voor het schrijven van dit artikel

Meer informatie over onze strategische partners >>
Meer informatie over het thema arbeidsmarkt en onderwijs >>

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

 

Met het versturen van deze gegevens ga je akkoord met de wijze waarop wij jouw gegevens verwerken. Privacy statement