Rechters kritisch over onderbouwing bij verzoeken WHOA-traject | ABAB Legal

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) is van kracht. Deze regeling maakt het voor schuldenaren mogelijk schulden te saneren met een onderhands akkoord. Bijzonder aan de regeling is dat het akkoord ook schuldeisers kan binden, die niet met het akkoord hebben ingestemd. De rechterlijke uitspraken volgden elkaar sindsdien in een (ongekend) snel tempo op. Een korte terugblik en enkele tips voor wanneer u een WHOA-traject start.

Eerste uitspraken

Uit de eerste uitspraken bleek dat het vrij eenvoudig was het traject op te starten om gelegde beslagen op te heffen en om een afkoelingsperiode aan te vragen. Zo werden de schuldeisers in de wachtkamer gezet. Deze gang van zaken is begrijpelijk, omdat executiemaatregelen van schuldeisers de mogelijkheid om tot een akkoord te komen, ernstig kunnen dwarsbomen.

Uitspraak Amsterdamse rechtbank over afkoelingsperiode

De Amsterdamse rechtbank heeft op 15 januari 2021 een afkoelingsperiode opgelegd. De rechtbank was onder meer van mening dat een afkoelingsperiode ook bij de voorbereiding van een akkoord noodzakelijk kan zijn voor een gecontroleerde afwikkeling. De rechtbank bepaalde dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers gediend waren bij een afkoelingsperiode en dat zij hierdoor niet wezenlijk in hun belangen werden geschaad. Er werd een afkoelingsperiode van twee maanden opgelegd. Die periode is inmiddels voorbij en de rechtbank heeft nu uitspraak gedaan over een verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode.

Verlenging afgewezen

De rechtbank constateert dat verzoekster, ondanks de afkoelingsperiode, nog geen concrete stappen heeft genomen ter voorbereiding van een akkoord. Daarbij heeft de externe financier zich  teruggetrokken en is de verzoekster nog op zoek naar aanvullende financiering. Verder staat vast dat de gelden die wel bij de verzekeraars zijn gedeclareerd, bijna geheel zijn besteed aan lopende kosten en dus niet voor het akkoord zijn gereserveerd. De rechtbank is er niet van overtuigd dat de verzoekster na een nieuwe afkoelingsperiode wel in staat is een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden of aan te tonen dat er belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.

Onderbouwing verzoek afkoelingsperiode: geen ‘loze’ argumenten aanvoeren

In maart 2021 wordt in een andere casus een gevraagde afkoelingsperiode toegewezen, maar toont de rechter zich kritischer. Om te onderbouwen dat het belang van de gezamenlijke schuldeisers met de afkoelingsperiode is gediend, voert verzoekster aan dat het alternatief het faillissement van de vennootschap is. In dat geval worden de activa van de vennootschap los van elkaar voor liquidatiewaarde verkocht en gaat alle goodwill verloren. Deze argumenten waren in de eerste reeks verzoeken voldoende voor het inwilligen van het verzoek. Inmiddels is dit niet meer zo. Want, stelt de rechtbank, ook vanuit een faillissement kan een doorstart plaatsvinden en goodwill te gelde worden gemaakt. Verzoekster gaf daarnaast aan dat er een investeerder is gevonden en dat een operationele reorganisatie gaat plaatsvinden. Die buigt de resultaatsprognose voor 2021 om van een verlies (zonder akkoord) naar een bescheiden winst (met akkoord). Op basis hiervan ging de rechter alsnog akkoord met toewijzing van de afkoelingsperiode.

De eerste bekrachtiging

Op 19 februari 2021 dient nog een zaak. Het eerste verzoek tot bekrachtiging van een aangeboden akkoord wordt toegewezen, maar niet zonder meer. Het akkoord voldeed namelijk niet (volledig) aan de vereisten van de wet. In dit geval was er sprake van een groepsakkoord en de wet schrijft voor dat beide vennootschappen een eigen akkoord moeten aanbieden. De rechtbank meent dat de inhoud van het samengestelde verzoek voor de schuldeisers toch voldoende duidelijk moet zijn geweest. Zij konden weten wat er op vermogensrechtelijk gebied precies gebeurde met het akkoord. Daarnaast hebben alle klassen van schuldeisers ermee ingestemd. Opvallend was dat de rechtbank vermeldde dat dit de eerste homologatie-uitspraak was (in de trant van: alle begin is moeilijk).

Aandachtspunten ondernemers

De eerste onderhandse akkoorden zijn inmiddels bekrachtigd. Daarmee heeft de WHOA laten zien dat het een snel toepasbaar, eenvoudig middel is om buiten faillissement te saneren of de onderneming te beëindigen. Dat heeft aanzienlReinier-John Koopmanijke voordelen omdat het faillissement met alle mogelijke gevolgen van dien kan worden voorkomen. De eerste uitspraken laten zien dat toegang tot de instrumenten die de WHOA biedt, zoals een afkoelingsperiode en het opheffen van beslagen, zeer laagdrempelig is. Inmiddels is de praktijk meer ingespeeld op de WHOA en zien we dat rechters kritisch zijn bij een verlenging van een verleende afkoelingsperiode. U moet dus echt actie hebben ondernomen. Daarnaast zien we dat het verzoek om toepassing van de afkoelingsperiode ook daadwerkelijk inhoudelijk moet worden beargumenteerd. Algemene kreten als ‘het alternatief is een faillissement en dat pakt voor schuldeisers slechter uit’ zijn onvoldoende om toepassing te verkrijgen.

Reinier-John Koopman
Jurist ondernemingsrecht

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

 

Met het versturen van deze gegevens ga je akkoord met de wijze waarop wij jouw gegevens verwerken. Privacy statement