Onzeker overheidsbeleid zet investeringen in Brabant en Zeeland op de rem
Het verslechterde Nederlandse ondernemingsklimaat begint nu ook individuele bedrijven en hun investeringsplannen te raken. Ondernemers beoordelen hun huidige bedrijfssituatie minder gunstig en worden somberder over de vooruitzichten voor het komende jaar. Dat is een kantelpunt: tot nu toe bleef het vertrouwen in het eigen bedrijf relatief sterk. Bijna de helft van de ondernemers verwacht het komende jaar investeringen uit te stellen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Prinsjesdagpeiling van VNO-NCW en MKB-Nederland.
Ongeveer de helft van de ondernemers in de energie, maakindustrie en transport en logistiek verwacht het komende jaar investeringen uit te stellen. Juist in Brabant en Zeeland zijn deze sectoren sterk vertegenwoordigd. Bedrijven in deze sectoren zijn afhankelijk van grote investeringen die vaak jaren vooruit worden gepland om te kunnen groeien en verduurzamen.
‘Een serieus waarschuwingssignaal’, zo noemt Gilbert Gooijers, voorzitter van VNO-NCW Brabant Zeeland, de afnemende investeringsbereidheid. ‘Bedrijven hebben zekerheid nodig. Als die ontbreekt, wordt een investering niet alleen uitgesteld, maar uiteindelijk in het buitenland gedaan. Daarmee verliezen we toekomstige economische groei. Juist die groei is keihard nodig om onze voorzieningen betaalbaar te houden. Zonder groei gaat het straks alleen nog over bezuinigen.’
Wisselend en onzeker overheidsbeleid is de meest genoemde reden om investeringen uit te stellen. Bijna de helft van de ondernemers laat investeringsbeslissingen afhangen van de vraag of de overheid met plannen voor de lange termijn komt. Maar ook als bedrijven wél willen investeren, lukt dat lang niet altijd. Door netcongestie zitten ondernemers letterlijk zonder stroom, waardoor uitbreiding niet mogelijk is. Tegelijkertijd beperken hoge werkgeverslasten en achterblijvende infrastructuur de ruimte om te investeren verder.
Regeldruk blijft veruit het grootste knelpunt voor ondernemers. Ruim 90 procent ervaart regeldruk in meer of mindere mate als een probleem; bijna twee derde noemt het zelfs een groot of zeer groot knelpunt. Ook de hoge lastendruk weegt zwaar: ongeveer de helft noemt zowel belastingen en premies als hoge loonkosten een groot of zeer groot probleem.
‘Ondernemers stellen hun investeringen mede uit omdat de overheid noodzakelijke investeringen al jaren voor zich uitschuift’, constateert Gooijers. De A58 is daarvan het duidelijkste voorbeeld. De weg is cruciaal voor de bereikbaarheid van Brabant én Zeeland, maar de capaciteitsuitbreiding laat al meer dan tien jaar op zich wachten.
Zeeland is voor zijn bereikbaarheid afhankelijk van een aantal cruciale verbindingen. Hoe kwetsbaar dat is, blijkt onder andere uit de afsluiting van de Zeelandbrug en de aanstaande afsluiting van de Westerscheldetunnel van maar liefst vier maanden. Ook elders heeft achterstallig onderhoud steeds vaker acute gevolgen. Zo moest een viaduct in de A58 bij Breda met noodstempels worden versterkt. Net buiten de regio ging de Merwedebrug bij Gorinchem plotseling dicht voor vrachtverkeer vanwege verzwakt staal, met grote gevolgen voor de verbinding tussen Brabant en de rest van Nederland. ‘Het uitstellen van onderhoud en uitbreiding is geen besparing. Je krijgt uiteindelijk een peperdure rekening gepresenteerd: onverwachte afsluitingen en daarmee economische schade.’
De peiling laat ook zien wat nodig is om het tij te keren, concludeert Gooijers. Ondernemers zetten het verminderen van de regeldruk op één, gevolgd door lagere werkgeverslasten en een werkbaarder stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid. Voor Brabant en Zeeland komen daar snellere investeringen in het elektriciteitsnet en de infrastructuur bij. Al die maatregelen hebben hetzelfde doel: bedrijven weer de zekerheid én de ruimte geven om te investeren.
Het vertrouwen in de politiek blijft ondertussen laag, al doet het kabinet-Jetten het iets beter dan zijn voorganger. ‘Vertrouwen herstel je niet met mooie woorden op Prinsjesdag’, besluit Gooijers. ‘Daarvoor moet de overheid een vaste koers kiezen en de basisvoorwaarden op orde brengen. Maar uiteindelijk moeten we het samen doen: overheid, werkgevers en werknemers. Als bedrijven weer de ruimte krijgen om te investeren, kunnen we samen bouwen aan de groei die Nederland nodig heeft.’
Neem dan contact op met Wesley Weerts.