Het kabinet moet op termijn jaarlijks 2 procent van het bruto binnenlands product investeren in infrastructuur. VNO-NCW Brabant Zeeland steunt die oproep van de Logistieke Alliantie, waarvan VNO-NCW en MKB-Nederland partner zijn.
Er moet structureel meer worden geïnvesteerd in infrastructuur. Gebeurt dat niet, dan zet het kabinet zijn eigen plannen onder druk. Zonder goede infrastructuur kunnen we niet genoeg woningen bouwen of onze nationale weerbaarheid versterken. Ook onze economie en brede welvaart zijn afhankelijk van betrouwbare verbindingen. Niet investeren raakt daarmee de hele kabinetsagenda.
De omvang van de opgave is aanzienlijk. Volgens cijfers van het kabinet en de Algemene Rekenkamer bedraagt het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijkswaterstaat-netwerken tot en met 2038 circa €34,5 miljard. Voor het spoor loopt dit tekort op tot ongeveer €20 miljard en voor ontwikkelprojecten, inclusief de herstart van eerder gepauzeerde projecten, tot circa €30 miljard.
Bovendien wordt infrastructuur momenteel te veel als kostenpost gezien, terwijl het een investering is die rendeert. Goede verbindingen verhogen de productiviteit, maken economische ontwikkeling mogelijk en versterken ons verdienvermogen. Wie blijft uitstellen, bespaart niet, maar schuift een steeds hogere rekening vooruit.
De rekening van uitstel belandt ondertussen vooral bij ondernemers en de maatschappij. De dagelijkse stilstand op de A58 en de problemen rond de Merwedebrug, Westerscheldetunnel en Zeelandbrug zijn hier een voorbeeld van. Ondernemers betalen zo de prijs voor de politieke keuze om niet tijdig te investeren.
Aan inkomsten uit mobiliteit ontbreekt het ondertussen niet. Wegenbelasting, brandstofaccijnzen en bpm leveren samen jaarlijks meer dan 15 miljard euro op. Het tekort aan infrastructuurbudget is daarmee niet alleen een financiële kwestie, maar ook een kwestie van politieke prioriteit.
Neem dan contact op met Paul Teeuwen en lees hier de hele boodschap.