Wegenbelasting, brandstofaccijnzen en bpm leveren de schatkist jaarlijks meer dan 15 miljard euro op. Toch vloeit daarvan lang niet genoeg terug naar het onderhoud en de uitbreiding van onze wegen en andere infrastructuur. Denk aan de A58, de Merwedebrug en de Zeelandbrug.
De opbrengsten dichten intussen gaten elders in de begroting, terwijl de gaten in onze wegen steeds groter worden. Niet investeren lijkt misschien een besparing, maar maakt de rekening uiteindelijk alleen maar hoger.
Iedereen kent inmiddels wel een brug, tunnel of weg in de buurt met problemen. Daarom zou het kabinet moeten toewerken naar jaarlijkse infrastructuurinvesteringen van 2 procent van het bbp.
Laten we investeringen in infrastructuur niet alleen als kostenpost bekijken. Goede infrastructuur zorgt voor bereikbaarheid, maar draagt ook bij aan economische groei, productiviteit, woningbouw en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Infrastructuur vormt dus het fundament onder onze samenleving en economie. Niet voor niets is ook in de Beethovendeal geld gereserveerd voor bereikbaarheid.
De rekening komt dus linksom of rechtsom. Laten we die daarom op tijd betalen, voordat die verder oploopt.