Nederlandse bestuurders zijn in drie maanden kritischer geworden over wat AI hun bedrijf oplevert. Dat is een gezond signaal. Het laat zien waar de winst blijft hangen.
In het tweede kwartaal zei 82 procent van de Nederlandse bestuurders dat AI hun organisatie echte waarde oplevert. Nu is dat 68 procent. Dat blijkt uit het Nederlandse deel van de Global AI Pulse van KPMG, op 16 oktober gepubliceerd. Het vertrouwen in de eigen strategie voor AI daalde in dezelfde periode van 81 naar 65 procent.
Het gebruik van AI groeit gewoon door. Wat daalt, is het oordeel over het eigen resultaat. Alexandra van der Tuin van KPMG Nederland noemt dit een volgende fase: organisaties zien beter wat er nodig is om AI duurzaam te verankeren en beoordelen hun voortgang daardoor kritischer.
Een tweede onderzoek van deze maand laat zien waar een deel van de winst blijft. Nielsen ondervroeg voor Monday.com 1.700 directeuren en senior managers in zeven landen. Bijna de helft besteedt meer tijd aan het nakijken en bijsturen van het werk van hun team. Ruim de helft vindt het lastiger om te beoordelen wat een medewerker zelf heeft gedaan, omdat AI alles er verzorgd laat uitzien.
Neem een offerte die in tien minuten klaarstaat in plaats van een uur. De accountmanager wint vijftig minuten. Daarna leest de salesmanager een half uur extra kritisch mee, omdat de tekst overtuigend klinkt en niemand precies weet welke cijfers zijn gecontroleerd.
Voor de individuele medewerker is AI een succes. Voor het bedrijf blijft een deel van de winst hangen bij de mensen die het werk controleren. De onderzoekers spreken van onzichtbaar werk. Het staat in geen enkele urenregistratie.
In hetzelfde onderzoek zegt 57 procent van de managers dat er meer tools in omloop zijn dan een jaar geleden. Slechts 29 procent noemt de eigen inrichting van AI goed geregeld en centraal georganiseerd. In een bedrijf van tachtig mensen gaat het dan al snel om vijf of zes losse abonnementen, elk met eigen afspraken over data en een eigen manier van werken. Wie dat overzicht bewaakt, doet dat meestal naast zijn gewone werk.
KPMG vond wereldwijd nog een veelzeggend cijfer. Slechts 12 procent van de organisaties vergelijkt de waarde van AI structureel met de kosten. Bij bedrijven die hun rendement op AI stabiel noemen, is dat 48 procent. Het verband werkt vermoedelijk twee kanten op: wie meet, ziet sneller welke toepassing het waard is om door te zetten en welke kan stoppen.
Voor een bedrijf in het mkb hoeft meten geen dashboardproject te zijn. Kies drie processen waar AI nu al wordt gebruikt. Leg per proces vast hoeveel tijd het kostte voordat AI erbij kwam, hoeveel nu, en hoeveel controletijd er is bijgekomen. Dat laatste getal ontbreekt bijna overal. Het verklaart ook waarom een besparing op papier niet terugkomt in de cijfers.
Tijd die AI vrijmaakt, vult zich vanzelf: met extra mails, langere overleggen en meer nakijkwerk. Bedrijven die er iets mee winnen, besluiten vooraf wat er met die uren gebeurt. Meer klantbezoeken per accountmanager. Een kortere doorlooptijd van offerte naar order. Een vacature die na vertrek niet opnieuw wordt ingevuld.
Zo wordt AI een keuze over capaciteit. Die keuze ligt bij de directie, want geen tool maakt hem voor je.
De daling in het KPMG onderzoek past daarbij. Bestuurders kijken voorbij het enthousiasme van het eerste jaar en vragen wat er onderaan de streep overblijft. Welke uren heeft AI jouw bedrijf dit jaar opgeleverd, en waar zijn ze gebleven?
Voor de inhoud en organisatie van onze Academy bijeenkomsten, masterclasses en communities voor ondernemers en bij de uitvoering van bepaalde dossiers werken we samen met vaste partners. Door deze samenwerking kunnen we gebruikmaken van de kennis, ervaring en faciliteiten van deze bedrijven. Meer informatie over Laméco en andere partners >>