Criminele netwerken zetten AI en andere digitale technologieën steeds effectiever in. Volgens professor Ana Isabel Barros ligt de sleutel daarom niet in méér AI, maar in de manier waarop we AI inzetten. Alleen zo kunnen we de groeiende complexiteit van georganiseerde criminaliteit en ondermijning het hoofd bieden. In haar inaugurele rede op 8 juli liet zij zien welke kansen AI biedt, maar ook waar de technologie tekortschiet.
De ontwikkelingen die Barros noemt zijn actueler dan ooit. Door toenemende digitalisering en globalisering opereren criminelen tegenwoordig moeiteloos in zowel het fysieke als het digitale domein. Ze weten zich snel aan te passen aan maatregelen die hen moeten tegenhouden en benutten nieuwe technologieën vaak sneller en met minder beperkingen dan de organisaties die hen bestrijden. Bovendien raken georganiseerde criminaliteit, cybercriminaliteit en geopolitieke conflicten steeds sterker met elkaar verweven.
‘De aard van criminaliteit is fundamenteel aan het veranderen’, zegt Barros. ‘De frontlinie ligt niet langer alleen op straat of binnen landsgrenzen, maar reikt tot ver voorbij nationale grenzen en diep het digitale domein in. Criminele activiteiten spelen zich steeds vaker af op het snijvlak van de fysieke en digitale wereld, waarbij ontwikkelingen in de ene dimensie direct gevolgen hebben voor de andere, en omgekeerd. Deze verwevenheid vergroot niet alleen de slagkracht van criminelen, maar versterkt ook de aard en impact van ondermijnende criminaliteit.’
Hypercrime vraagt om een nieuwe aanpak
Volgens Barros vraagt deze ontwikkeling om het doorbreken van traditionele scheidslijnen tussen opsporing, lokaal bestuur en defensie, en tussen domeinen als cyber en fysiek of militair en civiel. Vanwege het razendsnelle aanpassingsvermogen van criminelen is het essentieel om te investeren in anticiperend vermogen, vroegtijdige signalering en de weerbaarheid van burgers en organisaties.
Barros vat deze ontwikkelingen samen onder de noemer hypercrime: een vorm van criminaliteit waarin fysieke en digitale dreigingen, georganiseerde misdaad en geopolitieke ontwikkelingen steeds sterker met elkaar verweven raken.
De rol van AI
Tegen deze achtergrond onderzoekt Barros hoe AI enerzijds wordt misbruikt door criminelen en anderzijds kan helpen om patronen, kwetsbaarheden en samenhangen eerder zichtbaar te maken. Daarbij benadrukt zij dat technologie geen wondermiddel is: zorgvuldig en verantwoord gebruik, met oog voor ethische en juridische kaders, is essentieel.
Dat leidt tot een indringende vraag die centraal stond in de rede: lopen we nog voorop of dreigen we achter te raken? Volgens Barros ligt het antwoord niet alleen in betere technologie: ‘De race wordt niet gewonnen met betere AI alleen’, aldus Barros. ‘De echte uitdaging is om technologie te verbinden met menselijke expertise, kritisch denkvermogen en samenwerking binnen organisaties en over organisaties heen. Alleen dan kunnen we de kansen van AI benutten zonder de risico’s uit het oog te verliezen.’
De leerstoel, sinds 2020 gefinancierd door de ministerie van justitie en veiligheid, provincie Noord Brabant, gemeente Tilburg, RIEC Oost-Brabant en RIEC Zeeland West-Brabant, is gevestigd bij de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences ten behoeve van de Jheronimus Academy of Data Science (JADS). Barros’ onderzoek krijgt verder vorm binnen het JADS Center for Data Science and AI against Organized and Subversive Crime.
Binnen het Center richten onderzoekers zich onder meer op het in kaart brengen van patronen en netwerken binnen georganiseerde criminaliteit, de rol van technologie hierin, en het ontwikkelen van effectieve interventies en beleidsstrategieën.
Lees hier de bijdrage op de website van Tilburg University.