Als (voormalig) communicatieprofessional bij Curio én reservist bij Defensie weet Paulien Trommelen hoe het is om twee werelden te verbinden. Waar ze in haar dagelijkse werk bezig is met onderwijs en ontwikkeling, staat ze bij Defensie midden in een omgeving van veiligheid, samenwerking en weerbaarheid. “Het lijkt misschien ver uit elkaar te liggen, maar uiteindelijk gaat het overal om dezelfde verantwoordelijkheid: voor jezelf, voor elkaar en voor de samenleving.”
Pauliens keuze om reservist te worden kwam niet voort uit droom of traditie, maar wel uit drive. “Ik wil iets bijdragen aan de samenleving waar ik woon, werk en leef.” De Defensiewereld kende ze niet, juist dat maakte het aantrekkelijk: de structuur, de cultuur, zelfs het jargon; alles was nieuw. “En eerlijk: als ik twintig was geweest en de wervingscampagnes waren toen zo sterk als nu? Dan was ik waarschijnlijk beroepsmilitair willen worden.”
Toch stapte ze pas tweeënhalf jaar geleden in, midden in een druk gezinsleven. Ze was net bevallen van haar derde kind toen ze begon met het aanmeldproces. “Mijn fittest moest ik zelfs uitstellen, want ik mocht nog niet hardlopen. Mensen dachten: waarom begin je ín deze fase aan zoiets? Maar als ik ergens energie van krijg, dan ga ik ervoor.”
Toen ze eenmaal aan de slag ging, kwam ze terecht bij de Nationale Reserve, waar reservisten worden opgeleid om kritieke objecten, havens of belangrijke transporten te bewaken. Geen vrijblijvende rol: “Je bent één avond per week of een volledige zaterdag aan het trainen. Dat is pittig als je kleine kinderen hebt.” Toch merkte ze na verloop van tijd dat iets niet klopte. “Ik miste mijn vakgebied communicatie. Ik had bewust gekozen voor iets totaal anders, maar besefte dat ik binnen mijn vakgebied juist waarde kan hebben binnen Defensie.”
Die ontdekking bracht haar bij Communicatie & Engagement Commando (C&E Co). Zij zijn specialist in het hybride gevecht en dé militaire expert op het gebied van het overtuigen van anderen. De eenheid coördineert civiel-militaire samenwerking, voert psychologische operaties uit en is specialist in communicatie. In een notendop: psychologische oorlogsvoering. “Daar gaat het over framing, perceptie, feiten boven tafel krijgen. Over informatie als wapen, hoe woorden, beelden en timing het verschil kunnen maken. Dat sluit naadloos aan op mijn dagelijkse werk.” Om er binnen te komen moest ze door een intensieve selectieprocedure: veiligheidsonderzoek, een pitch, casussen en scherpe vragen in een indrukwekkende zaal op de KMA in Breda. “Ze prikken overal doorheen. Je moet stevig in je schoenen staan. Maar het was een mooi en leerzaam proces. En dan is het heel gaaf als je door dat proces heen komt.”
En leren doe je wel tijdens de tweeweekse basisopleiding, die veel indruk maakte. “Je komt binnen als burger, in je spijkerbroek, en twee weken later verlaat je de kazerne als militair. Een echte stoomcursus.” Wat haar het meest is bijgebleven? “Toch wel een wapen vasthouden. Ik had dat nog nooit gedaan. En ineens draag je het veertien dagen lang als je in het bos naar de wc gaat. Het went sneller dan je denkt, maar het blijft iets wat je nooit vergeet.”
Ook de veldtraining staat haar helder bij. Samen met een buddy een bivak bouwen, kuilen graven om bij alarm in te liggen, slapen onder een zeiltje. Het is maar 24 uur, maar genoeg om te voelen wat vertrouwen en samenwerking betekenen. “Je bent ineens volledig op elkaar aangewezen. Je kunt niet terugvallen op routine. Dat maakt je scherper.”
Dat alles combineert ze met een druk gezin én een baan. Het is puzzelen, maar het werkt omdat er ruimte is. Thuis en op het werk. “Thuis moet je partner je steunen. Gelukkig staan we er samen in. Het vraagt namelijk soms wat extra flexibiliteit van mijn partner. want soms draait die even alles. En bij Curio voelde ik geen oordeel, alleen nieuwsgierigheid en flexibiliteit. Dat maakt een wereld van verschil. Dan wordt reservistenschap niet iets lastigs, maar iets waardevols.”
Die waarde ziet Paulien niet alleen voor zichzelf, maar ook voor werkgevers. Ze merkt dat veel organisaties het vooral spannend vinden omdat ze niet precies weten wat het inhoudt. “Werkgevers zijn soms bang dat ze medewerkers kwijtraken tijdens een nationale crisis of een dreiging. Maar als het écht misgaat, moet iedereen opdraven, reservisten of niet. Dan kun je maar beter mensen hebben die al een beetje zijn opgeleid. Bovendien is het geen tweede fulltime baan. De meeste inzet valt buiten werktijd, en als het wél inwerktijd is, kun je afspraken maken.” Veel belangrijker is wat een reservist terugbrengt. “Je leert anders kijken, onder druk samenwerken, beslissingen nemen. Dat verrijkt elk team.”
Zelf hoopt ze vooral ook andere vrouwen te inspireren. “Er mogen echt meer vrouwen bij Defensie komen. Maar verandering begint wel bij jezelf. Als je wilt dat er iets beweegt, dan moet je bereid zijn een stap naar voren te zetten in plaats van af te wachten. En nee, je hoeft niet met een wapen in de modder te liggen om van waarde te zijn. Er zijn zoveel functies waar je als professional verschil kunt maken.”
Voor zowel medewerkers als werkgevers heeft ze dezelfde boodschap: kijk naar wat wél kan. Ga niet op voorhand uit van wat ingewikkeld of onmogelijk lijkt, maar start het gesprek. Vaak is er meer ruimte dan je denkt. En als je het serieus een kans geeft, levert het altijd iets op: in je werk én in je persoonlijke ontwikkeling.”