Netcongestie belemmert de groei en verduurzaming van bedrijven. Een energiehub kan uitkomst bieden: ondernemers delen lokaal transportcapaciteit en/of energie via gezamenlijke afspraken en slimme systemen. Het praktijkvoorbeeld van Smart Energy Hub A1 in Deventer toont hoe bedrijven via een collectief transportcontract toch konden uitbreiden ondanks netcongestie.
Het aantal bedrijven dat bij regionale netbeheerders op de wachtlijst staat voor transportcapaciteit is in de eerste helft van 2025 toegenomen tot 14.000. Voor veel ondernemers betekent dit dat de netbeheerder pas over jaren extra capaciteit kan leveren.
Toch zijn er verschillende stappen die ondernemers kunnen nemen om hun plannen wel te realiseren. Eerder bespraken we “batterijen achter de meter” als oplossing voor netcongestie. In dit artikel kijken we naar de mogelijkheden van een energiehub.
Met een energiehub werk je samen met je buren op het bedrijventerrein om lokaal energie en/of transportcapaciteit uit te wisselen. Lokale opwek, opslag en verbruik worden op elkaar afgestemd, zodat je optimaal gebruikmaakt van elkaars mogelijkheden. Zo kun je groeien, verduurzamen, kosten besparen én het stroomnet ontlasten.
Er zijn twee belangrijke onderdelen: de uitwisseling van transportvermogen en de uitwisseling van energie. Bij transportvermogen delen bedrijven hun transportcapaciteit. In plaats van dat elk bedrijf een eigen transportovereenkomst met de netbeheerder sluit, kiest de groep samenwerkende bedrijven voor een collectief contract met de netbeheerder: een groepsovereenkomst (GTO). Elk bedrijf behoudt zijn eigen aansluiting, maar samen beslis je hoe de gezamenlijke capaciteit wordt ingezet.
Doordat deelnemers vaak complementaire energieprofielen hebben, ontstaat er door deze te combineren ruimte voor alle partijen om meer transportcapaciteit te benutten. Zie hieronder een voorbeeld van drie gecombineerde energieprofielen:


Naast transportcapaciteit (het vermogen om energie te leveren, weergegeven in kilowatt) kun je ook energie onderling uitwisselen: onderlinge handelsafspraken over kilowatturen. In plaats van dat elk bedrijf individueel energie van het net afneemt of teruglevert, kunnen deelnemers binnen een hub gezamenlijk hun energieverbruik en -opwekking regelen. Stel: de ene deelnemer wekt veel zonne-energie op, maar kan die door een terugleverrestrictie niet kwijt op het net. Een andere deelnemer kan die energie mogelijk wel gebruiken voor bijvoorbeeld het laden van voertuigen. Die laatste ondernemer kan dan gebruik maken van het gezamenlijke transportvermogen in de groep, én mogelijk dus ook de opgewekte energie van het zonnedak benutten. Aanvullend zorgen investeringen in lokale opwek en opslag voor meer vermogen binnen de groep. Door gezamenlijk gebruik te maken van deze assets kan de business case mogelijk gemakkelijker uit dan afzonderlijk.
Hoewel energiehubs relatief nieuw zijn, zijn er al succesverhalen. Op 5 september startte de Smart Energy Hub A1 op het A1 Bedrijvenpark in Deventer. Hier lossen bedrijven het probleem van netcongestie op door onderling vermogen uit te wisselen, en op termijn mogelijk ook onderling energie te verhandelen.
In gesprek met: Patrick Geurtsen, directeur Machinefabriek Geurtsen Deventer B.V. en Rutger Beekman procesregisseur smart energy hubs.
Wat houdt deze energiehub in?
Patrick: “We hebben nu met drie bedrijven één collectief transportcontract afgesloten met de netbeheerder, waardoor we gezamenlijk gebruik kunnen maken van het gecontracteerde groepsvermogen.”
Wat was voor jullie de aanleiding?
Patrick: “We wilden onze fabriek uitbreiden, maar dat kon niet op de bestaande locatie. Op het bedrijventerrein A1 was een kavel beschikbaar, maar er was geen netaansluiting mogelijk. Toen ontstond het idee van een energiehub. Eén van de deelnemende bedrijven had een grote aansluiting, veel groter dan nodig. Zo zijn we met elkaar in gesprek gekomen.”
Hoe verliep het proces?
Rutger: “De eerste stap is je huidige energieprofiel in kaart brengen en daar je toekomstplannen overheen leggen. Voor de energiehub doe je dat eerst individueel en daarna gezamenlijk. In dit geval bleken de energieprofielen complementair en was er de wil om samen tot een oplossing te komen. Daarna regel je het contract met de netbeheerder en de benodigde onderlinge afspraken. De bedrijven zijn georganiseerd in een energiecoöperatie. Die sluit het groepscontract met de netbeheerder”
Hoe maak je onderlinge afspraken?
Rutger: “Dat verschilt per hub. Je kunt bijvoorbeeld per kwartier bepalen wie wat krijgt, afhankelijk van de profielen en flexibiliteit. Ook leg je aansprakelijkheid bij misstappen vast in deze afspraken”
Patrick: “De energiecoöperatie werkt met een centraal energiemanagementsysteem (CEMS), dat is hard- en software waarmee de energiestromen van de hub continue worden geoptimaliseerd, volgens de afspraken.
Wat als bedrijven vertrekken of toetreden?
Rutger: “Daar maak je ook afspraken over. Je begint met een basiscollectief en maakt afspraken over veranderingen, zoals verhuizing, faillissement of veranderende vermogensbehoefte.”
Hoe zie je de toekomst van de hub?
Patrick: “We kijken ook naar het toevoegen van een windmolen en er is animo van meer bedrijven om deel te nemen. Mits hun profiel past, zullen we daarmee uitbreiden.”
Smart Energy Hub A1 laat zien dat energiehubs een oplossing kunnen zijn voor netcongestie. De implementatie is wel uitdagend: het vraagt veel afstemming, vertrouwen en het versterken van onderlinge afhankelijkheid. Hiervoor krijg je als groep collectieve zekerheid voor terug. De contracten zijn nog niet gestandaardiseerd. Maar mocht blijken dat je onvoldoende transportcapaciteit hebt om je toekomstige plannen te realiseren, verken dan collectieve oplossingen met je buren.

Voor de inhoud en organisatie van onze Academy bijeenkomsten, masterclasses en communities voor ondernemers en bij de uitvoering van bepaalde dossiers werken we samen met vaste partners. Door deze samenwerking kunnen we gebruikmaken van de kennis, ervaring en faciliteiten van deze bedrijven.