Brussel is cruciaal voor ondernemend Nederland. Daarom gingen we deze week, samen met een aantal koplopers van de campagne ‘Vooruitgang moet je maken’, op bezoek. Om te horen welke koers Europa kiest, nieuwe contacten te leggen én in gesprek te gaan over wat bedrijven nodig hebben om hier te kunnen blijven investeren, verduurzamen en groeien.
Het gesprek met Brussel is belangrijker dan ooit. Europa wil internationaal weer concurrerender worden in sectoren als hightech en de maakindustrie. Daarvoor heeft het sterke bedrijven nodig. En die bedrijven willen hetzelfde: vanuit Europa de concurrentie met de rest van de wereld aankunnen. De ambitie is er dus aan beide kanten. Maar hoge energieprijzen, regeldruk en trage uitvoering maken het bedrijven nog te vaak moeilijk om die ambitie waar te maken. De vraag is daarom niet alleen wat we willen bereiken, maar vooral hoe we ervoor zorgen dat het ook gebeurt.
Zoals Jeroen Nijland, hoofd van het Brusselse bureau van VNO-NCW, het tijdens ons bezoek samenvatte: ‘Europa heeft veel goede ideeën, maar de uitvoering mag sneller.’
Ook Europarlementariër Jeannette Baljeu, gastspreker van de middag, ziet die verschuiving. Concurrentievermogen krijgt volgens haar binnen de EU nadrukkelijker aandacht. En ook Roy Kenkel, hoofd Economische Zaken bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de EU, schetste hoe energieprijzen en het Europese concurrentievermogen hoog op de agenda staan.
Dat zijn Europese vraagstukken, die direct invloed hebben op Zuid-Nederland. Juist daarom zoeken we die verbinding met Brussel. Want werken aan een beter ondernemersklimaat stopt niet bij de grens van Brabant en Zeeland, en ook niet in Den Haag. Wat Europa besluit, bepaalt mede hoeveel ruimte ondernemers hier krijgen om te investeren, verduurzamen en groeien.

Neem contact op met Sjors.